A Christmas Carol (boek)

Stacks Image 7
A Christmas Carol ("Een Kerstvertelling") (volledige titel: A Christmas Carol in Prose, Being a Ghost Story of Christmas) is een novelle van Charles Dickens.

A Christmas Carol verscheen op 19 december 1843 en was uitverkocht op de 22e. De eerste versie was geïllustreerd door John Leech. Het boek was onmiddellijk een succes met een verkoop van 6000 exemplaren binnen een week.

Het boek kwam uit in een periode dat de oude tradities van Kerstmis steeds minder in ere werden gehouden, en nieuwe zoals kerstkaarten hun intrede deden. A Christmas Carol sloeg mede daardoor mogelijk aan. De thema's van het verhaal, sociaal onrecht en armoede, de relatie daartussen en hun oorzaken en gevolgen, zijn terugkerende thema's in Dickens' werk. De illustrator van de eerste editie, John Leech, was ook een politiek radicale kunstenaar.

Het verhaal

Waarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.
A Christmas Carol is een Victoriaanse allegorie over een oude en verbitterde vrek, Ebenezer Scrooge, die in de nacht voor Kerstmis een aantal dromen heeft en daardoor tot inkeer komt. Scrooge is een financier en geldwisselaar die zich zijn leven lang heeft gericht op het verkrijgen van meer geld en verder niets. Hij veracht andere zaken dan geld, inclusief vriendschap, liefde en de gedachte van het kerstfeest. Dickens heeft het verhaal ingedeeld in vijf hoofdstukken.

1e Hoofdstuk

De eerste editie
Het verhaal begint op kerstavond, precies zeven jaar na de dood van Jacob Marley, Scrooges zakenpartner, met wie hij ooit hun bedrijf, "Scrooge & Marley", begon. Scrooge en zijn boekhouder Bob Cratchit zijn aan het werk op het kantoor, met Cratchit in een slecht verwarmde ruimte - slachtoffer van de gierigheid van Scrooge. Fred, een neef van Scrooge, komt langs om zijn oom een 'gelukkig kerstfeest' te wensen en hem uit te nodigen voor het kerstdiner op eerste kerstdag. Scrooge stuurt hem weg met opmerkingen als "Bah! Onzin!". De heren die daarna binnenkomen om te collecteren voor de armen worden door Scrooge afgepoeierd met de opmerkingen dat de werkhuizen en de armenwet voldoende zijn voor de armen. Als de heren antwoorden dat ze sterven zouden verkiezen boven terechtkomen in een armenhuis, antwoordt Scrooge "Als ze liever sterven ... dan moeten ze dat maar doen en zo de overbevolking verminderen". Aan het eind van de dag stemt Scrooge grommend in met een vrije dag voor Cratchit op eerste kerstdag, mits hij de tweede kerstdag ter compensatie dan eerder komt.

Scrooge gaat laat naar huis, een statig pand dat vroeger van wijlen Jacob Marley was. Hij had het huis geërfd na de dood van Jacob Marley. Het huis is donker en koud om kosten te sparen. Als hij de sleutel in het slot steekt, schrikt hij als de klopper op de deur de vorm krijgt van het spookachtige gezicht van Marley. Dit is het begin van een gedenkwaardige nacht. Geluiden in het donker op de trap, geluiden van schuivende grendels en slaande deuren elders in het huis, en een onverklaarbaar gerinkel van de in onbruik geraakte bedienden bel gaan vooraf aan een bezoek van de geest Marley terwijl Scrooge bij de haard zijn pap zit te eten. Marley is gekomen om Scrooge te waarschuwen dat zijn huidige levensstijl hem hetzelfde lot zal brengen als Marley na zijn dood: veroordeeld om over de aarde te zwerven als boetedoening voor het gebrek aan naastenliefde tijdens zijn leven. Als symbool van zijn marteling draagt Marley een zware ketting met daaraan symbolische objecten uit zijn leven, maar dan in massief metaal: kasboeken, geldkisten, sleutels en dergelijke. Marley waarschuwt dat het lot van Scrooge nog erger kan zijn, want zijn ketting was zeven jaar geleden al net zo lang als die van Marley, en hij heeft ze met zijn egocentrische levensstijl alleen maar langer gemaakt. Marley vertelt Scrooge dat hij een kans heeft om aan zijn lot te ontkomen door bezoeken van drie geesten die een voor een zullen komen. Scrooge is geschrokken maar niet geheel overtuigd dat hij niet hallucineerde en gaat naar bed, denkend dat een goede nachtrust hem goed zal doen.

2e Hoofdstuk

De eerste van de drie geesten
Om 1 uur 's nachts verschijnt de eerste geest die zichzelf 'Geest van Voorbije Kerstmis' ('Ghost of Christmas Past') noemt. Hij leidt Scrooge langs enkele van de gelukkigste en verdrietigste gebeurtenissen uit Scrooges verleden, gebeurtenissen die Scrooge hebben gemaakt tot wat hij nu is. De gebeurtenissen betreffen zijn vader (die zelfs met Kerstmis Scrooge eenzaam op de kostschool liet zitten), het verlies van zijn grote liefde door te veel aandacht voor de zaken en de dood van zijn zus, de enige persoon die hem liefde en aandacht schonk. Niet langer in staat de pijnlijke herinneringen te verdragen en met een steeds sterker wordend gevoel van spijt, smeekt hij de geest hem naar huis te laten gaan. Terug in zijn kamer is het weer 12 uur.

3e Hoofdstuk

Stacks Image 30
Om 2 uur 's nachts (wederom) verschijnt de tweede geest die zichzelf 'Geest van Huidig Kerstmis' ('Ghost of Christmas Present') noemt. Deze geest toont hem het karige kerstfeest van de familie Cratchit, het goede karakter van de kreupele zoon, Tiny Tim, en de mogelijke vroege dood van deze jongen. Dit vooruitzicht zet Scrooge echt aan het denken en hij toont medelijden. De geest herinnert hem aan zijn woorden van eerder die dag over het verminderen van de overbevolking. Ze bezoeken ook neef Fred waar een vrolijk kerstfeest wordt gevierd met een spel waarbij een persoon geraden moet worden met alleen ja/nee-vragen. Fred heeft uiteraard Ebenezer Scrooge in gedachten en door de vragen wordt diens karakter bloot gelegd. Het hoofdstuk eindigt symbolisch met het tonen van twee kinderen, Onwetendheid en Behoefte (Ignorance en Want), die zich onder de mantel van de geest bevinden, en die de belangrijkste oorzaken van het lijden in de wereld personifiëren. Als Scrooge vraagt of ze geen plaats hebben om te wonen citeert de geest hem weer: "Zijn er dan geen armenhuizen? Zijn er dan geen gevangenissen?". Na dit bezoek keert Scrooge weer terug naar zijn kamer en staat de klok wederom op 12 uur.

4e Hoofdstuk

Stacks Image 35
De derde geest, de 'Geest van Toekomstig Kerstmis', ('Ghost of Christmas Yet To Come') komt net na middernacht. Hoewel Scrooge bang voor hem is, is hij wel bereid om met hem mee te gaan. Deze geest, die het hele hoofdstuk niet spreekt en alleen wijst met zijn hand, confronteert Scrooge met zijn eigen dood: een groepje mensen heeft het over de zojuist overleden "oude schraper". Spullen uit diens huis worden verkocht, en daarbij blijkt hoe zeer zijn dood de mensen koud laat. Scrooge herkent aanvankelijk niet dat het om hem zelf gaat. Ze bezoeken ook het huis van de Cratchits die Kerstmis vieren zonder Tiny Tim. Als Scrooge de geest smeekt te vertellen wie de "oude schraper" is, toont de geest hem zijn eigen grafsteen.

5e Hoofdstuk

Het laatste hoofdstuk vertelt over Scrooge die zijn leven verandert en de royale, zachtaardige man wordt die hij was voor de dood van zijn zuster. Hij geeft op kerstochtend een jongen de opdracht de slager een kalkoen 'twee keer zo groot als Tiny Tim (kleine Tim)' te laten bezorgen bij de familie Cratchit. Hij verontschuldigt zich bij de collecterende heren en doet een gulle bijdrage. Bovendien neemt hij de uitnodiging van neef Fred aan om bij hem het kerstfeest te vieren, verhoogt hij het loon van Bob Cratchit en wordt een tweede vader voor Tiny Tim.